Deze quilt is een staande quilt die opgerold kan worden als een boekrol.

De quilt bestaat uit 5 blokken waarin psalm 139 is verwerkt. 

Psalm 139 : 1 t/m 9 uit het Liedboek 

Heer, die mij ziet zoals ik ben,

dieper dan ik mijzelf ooit ken,

kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,

Gij volgt mij waar ik zit of sta

Wat mij ten diepste houdt bewogen,

’t ligt alles open voor uw ogen.

Gij zijt zo diep vertrouwd met mij;

wie weet mijn wegen zoals Gij?

Gij kent mijn leven woord voor woord,

Gij hebt mij voor ik spreek gehoord.

Ja overal, op al mijn wegen

en altijd weer komt Gij mij tegen.

Waar zou ik vluchten voor uw Geest?

Gij sluit mij in, ik ben bevreesd.

Gij legt uw hand op mij, Gij zijt

zo dichtbij met uw majesteit,

zo ver en zo met mij verbonden:

hoe kan ik uw geheim doorgronden?

Waar vlucht ik voor uw aangezicht?

Al steeg ik op in ’t hemels licht,

al daald’ ik tot de doden af,

Gij zult er zijn, zelfs in het graf.

Gij blijft mij, God, in alle dingen,

altijd en overal omringen.

Al nam ik voor mijn vlucht te baat

de vleugelen van de dageraad,

al woond’ ik aan de verste zee,

uw hand gaat altijd met mij mee.

Waar ik de vleugels uit zou spreiden,

Gij houdt mij vast, Gij blijft mij leiden.

Wanneer ik mij geborgen dacht

in ’t vallend duister van de nacht,

werd dan de nacht niet als het licht?

Hier lig ik voor uw aangezicht,

o, God hoe licht is zelfs het duister,

de nacht een dag die blinkt van luister.

Gij hebt mij immers zelf gemaakt,

mij met uw vingers aangeraakt,

met toegewijde tederheid

mijn nieren en mijn hart bereid,

mij in de moederschoot geweven,

mij met uw wonderen omgeven.

Ik loof U die mijn schepper zijt,

die met uw liefde mij geleidt,

Gij hebt mijn oerbegin aanschouwd,

in ’t diepst der aarde opgebouwd.

Niets blijft er voor uw oog verborgen.

Ja, Gij omringt mij met uw zorgen.

Gij zijt mij overal nabij, 

uw ogen waken over mij

van toen ik vormloos ben ontstaan.

Gij wist hoe het zou verder gaan.

Ja in uw boek stond reeds te lezen,

wat eens mijn levensweg zou wezen.

 

 

Het middelste blok (3) : mij in de moederschoot geweven, mij met uw wonderen omgeven.

Over de foetus zijn draden geweven. De figuren in de andere blokken zijn: bruin: de mens, goudgeel: God.

In alle blokken ontmoeten we God.

Blok 1 en 2 : al nam ik voor mijn vlucht te baat, de vleugelen van de dageraad  (1)

al woonde ik aan de verste zee, uw hand gaat altijd met mij mee. (2)

Blok 4 en 5: Waar vlucht ik voor uw aangezicht? Al steeg ik op in ’t hemels licht, (5)

al daalde ik tot de doden af, Gij zult er zijn zelfs in het graf. (4) 

Wanneer ik mij geborgen dacht in ’t vallend duister van de nacht, werd dan de

nacht niet als het licht: om elk blok twee donkere en twee lichte randen. 

Gij blijft mij, God in alle dingen, altijd en overal omringen:

in de rand komt de goudgele stof weer terug daar tussen een kabelpatroon gequilt,  

je bent helemaal omsloten door Hem. 

Ja, in uw boek stond reeds te lezen, wat eens mijn levensweg zou wezen.

Als de quilt opgerold is dan is het een boekrol. (6)

In de randen om de blokken zijn gedeeltes uit Psalm 139 geborduurd.    

 

muziek: "Psalm 139"  van Ronald Koops.