Dit tafelkleed is gemaakt voor verzorgingshuis Pniël te Rotterdam.

 

In het kleed staan de woorden verbondenheid en geborgenheid centraal.

We zijn als mensen verbonden met God en met elkaar.

De twee handen met daarin de mensfiguren staan symbool voor de zorg in het verpleeghuis.

De medewerkers geven liefde en zorg aan de mensen die hier wonen.

De handen staan ook symbool voor de handen van God.

God wil mensen, ook in hun zwakheid en in het ouder worden, vast houden.

Hij troost in pijn en verdriet. Bij Hem ben je veilig en geborgen.

De kleuren van de mensfiguren verwijzen naar verschillende perioden in het leven.

Paars verwijst naar moeilijke dagen, dagen van pijn en verdriet.

Wit verwijst naar dagen van vreugde.

Groen verwijst naar dagen van hoop en nieuw leven.

Deze figuren zijn met elkaar verbonden zoals vreugde en verdriet ook met elkaar verweven zijn.

De groene cirkel eromheen staat symbool voor geborgenheid.

Groen is de kleur van leven, als we leven in de liefde en het licht van Jezus, drinken vanuit de 

bron, kunnen we leven en groeien. De bladeren staan symbool voor leven en groei.

Het rode kruis verwijst naar de liefde van Jezus voor ons mensen. 

Het water onderaan het kruis verwijst naar het Levende Water – Christus -.

De zon met haar stralen geeft licht en hoop over onze levensweg.

De vogels staan symbool voor het uitzicht na dit leven.

Er is nieuw leven na onze levenshorizon.

De dood is niet het einde, er is een toekomst die ons wacht.

Geborgen in de handen van God, verbonden in de liefde van Jezus, komen we Thuis.

 

 

 

Muziek: 'Wat de toekomst brenge moge' door Rpnald Koops