Het verhaal van Jakob bij Bethel, bij Pniël en de lofzang na Simeon is verwerkt in deze quilt.

 

Het middelste paneel: De droom bij Bethel. 

 

In dit paneel het landschap waarin Jakob ligt te slapen.

Zijn kussen is een steen. Het is nacht.

Toen droomde Jakob, en zie, op de aarde stond een ladder, waarvan de top de hemel raakte,

en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag. Genesis 28: 12

In zijn slaap ziet hij de hemel opengaan. Er staat een ladder die de hemel en de aarde raakt.

Engelen klimmen omhoog en omlaag.

De ladder is wit, in de Bijbel is wit de kleur die bij God en de engelen hoort.

Jakob slaapt met een steen als kussen en droomt, zijn ziel beleeft dit in zijn onderbewustzijn.

De paarse cirkel onderaan de ladder staat symbool voor de ziel.

Om de ziel heen de Hebreeuwse letter Aleph  א:  dit betekent eersteling,

de Aleph  één van de meest diepzinnigste letter uit het Hebreeuwse alfabet:

hij verwijst naar de schepping van de mens, ten diepste naar de Schepper zelf,

de Altijd Aanwezige, want zo is Zijn Naam, Ik ben er, was er en zal er altijd zijn.

Jakob is niet alleen, God beschermt hem.

En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land,

want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb! Genesis 28:15

 

Het linker paneel: De worsteling bij de Jabbok.

 

Weer is het nacht. Jakob is alleen achtergebleven, de paarse persoon rechts, om zijn hoofd en rug een donkere rand,

hij gaat gebukt onder de angst voor zijn broer Ezau, hij heeft hem bedrogen, hoe zal de ontmoeting zijn?

Maar Jakob  bleef alleen achter, en een Man worstelde met hem, totdat de dageraad aanbrak.

Genesis 32:24

Links de paarse persoon, Jakob, de witte persoon de Man die met hem worstelt.

Paars is de kleur van boete, van inkeer en verootmoediging. Wit is de kleur van God.

En Hij zei: Laat Mij gaan, want de dageraad is aangebroken. Maar hij zei: Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent.

En Hij zei tegen hem: Wat is uw naam?

En hij antwoordde: Jakob. Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël.

Want u heeft met God en met mensen gestreden en overwonnen. Genesis 32: 26-28

En Hij zegende hem daar. En Jakob gaf die plaats de naam Pniël.

Want zei hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn leven is gered. Genesis 39:29b-30

De lichte persoon is Jakob, de kleur van deze stof is een mengeling van groen en wit.

Groen is de kleur van leven en wit is de kleur van reiniging, vreugde, leven met God.

Jakob mag als een gezegend mens de Jabbok oversteken.

De nacht verdwijnt, de donkere lucht breekt open, de zon komt op.

En de zon ging over hem op, toen hij door Pniël was gegaan. Genesis 32: 31a.

In de morgenzon de Hebreeuwse letter Taw ת  : betekent ‘teken’.

De Taw is het teken van de gerijpte mens, die niet alleen bereid is alles los te laten maar die ook zichzelf kan loslaten.

Jakob heeft met God geworsteld en overwonnen.

Hij mag als Israël verder gaan, mank als teken, maar gezegend.

De halve blauwe cirkel is de Jabbok. De vorm van de halve cirkel verwijst naar bescherming.

Hoeveel strijd, hoe vaak je door het water moet gaan, de omarming van God is er altijd.

 

Het rechter paneel: Wachten en verwachten. 

Een licht, zo groot, zo schoon

Gedaald van ’s hemels troon

Straalt volk bij vol in d’ogen

Terwijl ’t het blind gezicht

Van ’t heidendom verlicht

                                     En Israel zal verhogen.           ( berijmd gezang)

 

En zie, er was een man in Jeruzalem van wie de naam Simeon was,

en die man was rechtvaardig en godvrezend.

Hij verwachtte de vertroosting van Israël. Lukas 2:25

Een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken. Lukas 2:32

 

In dit paneel zijn we in het Nieuwe Testament.

Daar is Simeon die wacht op de beloofde Verlosser.

Beloofd aan Abraham, Izaäk en Jakob. Hij mag deze belofte in zijn handen voelen, tasten en beleven.

Hij ziet het licht opgaan over Israël.

Maar ook over de volken. Hij mag zingen over de zegen die Jakob bij de Jabbok heeft ontvangen.

Hij mag de belofte hier in vervulling zien gaan.

Het is niet alleen zo dat mensen een zegen van God mogen ontvangen.

Mensen kunnen ook God ‘zegenen’.

Het betekent het erkennen van de zegende hand van God en Hem daarvoor prijzen.

Door middel van dit zegenen wordt God verheerlijkt.

Zo wordt een stukje van de glorie van Zijn werken als het ware aan Hem teruggegeven.

In het Nieuwe Testament wordt het woord zegenen het meest in deze betekenis gebruikt.

In onze vertalingen is voor het woord zegen woorden als lofprijzing en dankzegging gebruikt.

Simeon’ s lofzang komt voort uit de zegen die hij ontvangt en in zijn lofprijzing prijst hij God.

Hij zingt over de Verlosser: het kruis.

Hij ziet het licht over Israël en de volken: de lichtstralen.

De persoon in het wit is Simeon, hij mag al bij God zijn, de twee mensen om hem heen zijn wij,

de kleur van deze stof is een mengeling van groen en wit.

De kleuren van leven en vreugde.

In verbondenheid met Simeon mogen wij mee lofprijzen, mee verwachten,

mee uitkijken naar de belofte die nog open staat, de belofte dat Jezus terug zal komen.

Waar het licht voor altijd zal schijnen, waar geen duisternis meer zal zijn. Jezus als koning

over Israël en de volken.

De Hebreeuwse letter Hee  ה  : betekent venster.

Bij Simeon gaat als het ware een venster open.

God opent voor ons ook vensters met het zicht naar de toekomst.

De blauwe cirkel is onze Jabbok. Iedereen heeft in verschillende maten zo’n Jabbok.

Maar met de zekerheid dat onze Jabbok ook gevuld is met het Levende water.

Bij onze  Pniël mogen wij ook als gezegende mensen onze weg gaan, levend in het

vertrouwen dat we thuis zullen komen.

 

Waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen. 

Over deze drie panelen de lijnen van een dak.

Rood is de kleur van de liefde, bescherming en belofte.

De drie panelen worden op deze manier met elkaar verbonden.

Mensen van vroeger, mensen van nu, verbonden met God en met elkaar.

 

In de rand onder rechts in het Hebreeuwse woord   בית א  ‘Beth-El’.

In de rand onder links in het Hebreeuws פניאל  ‘Pniël’.

Bovenin de rand  het Hebreeuwse woordאהיה    ’Ik zal zijn’ (Exodus 3:12)