De Kananese vrouw.  Mattheüs 15 : 21-28  

In dit Bijbelgedeelte komt een vrouw uit Kanaän bij de Here Jezus en vraagt om genezing voor haar zieke dochter.

Eerst wijst Jezus haar vraag af, Hij zegt dat Hij gekomen is voor Zijn volk Israël,

maar als hij haar grote geloof ziet, geneest Hij haar dochter.

In dit verhaal lees je van gesloten grenzen die open gaan, van gebrokenheid en heelheid, van gebed en verhoring.

Dit is in deze quilt uitgebeeld. 

In het landschap van Israël is de Davidster afgebeeld.

Een gedeelte van deze ster is open.

De Here Jezus zegt dat Hij gekomen is voor Zijn eigen volk,

maar hier gaat de deur even open voor iemand uit de heidenen.

De cirkel verbeeldt de heidenwereld, donker en zonder God.

Waar de heidenwereld en de Davidster elkaar ontmoeten staat de Here Jezus met de Kananese vrouw.

Zij vraagt om genezing voor haar dochter, de kleine persoon tussenin.

Eerst weigert Jezus, Hij zegt dat het brood voor de kinderen (Israël) is en niet voor de hondjes ( de heidenen).

Zij vraagt dan om de kruimeltjes die op de grond vallen en die de hondjes opeten.

De vijf cirkels op de bloemstelen staan hier voor symbool.

De grote cirkel voor het brood van de kinderen (matzes) en de kleine cirkels voor de kruimels.

Als de Here Jezus dat hoort zegt Hij: “O, vrouw, groot is uw geloof.”

Hij verhoort haar gebed. Vanaf dat moment is haar dochter genezen. 

Om de wereld een donkere rand, de gebrokenheid.

In deze stof zitten druppels, deze verwijzen naar de tranen op deze wereld.

Daarachter, rechtsboven, lichtstralen.

Deze verwijzen naar de toekomst waar de gebrokenheid geheeld zal worden.

Er gebeuren op de aarde nog steeds wonderen, maar straks zal alles geheeld zijn.

Eén lichtstraal schijnt onder de donkere rand door tot bij de vrouw,

deze verwijst naar de genezing van haar dochter.

De donkere rand wordt naar boven toe iets lichter, als we onze pijn en moeite in het licht van de eeuwigheid

zien dan zijn ze lichter te dragen. 

De tulp is het symbool van het gebed.

Zoals de blaadjes van de tulpen over elkaar heen vouwen, zo vouwen wij onze handen voor gebed.

De twee tulpen verwijzen naar het gebed van deze vrouw.

De blaadjes van deze tulpen staan open omdat het bidden van haar meer een roepen en smeken is.

De handen staan als het ware open van het vragen en ook om te ontvangen. 

De Davidster is van hout.

Dit verwijst naar het kruis.

Daar overwon de Here Jezus de dood, er zal straks geen ziekte en

tranen meer zijn op de nieuwe aarde. 

Met Pinksteren is de deur naar de heidenvolken voor altijd open gegaan

en heeft God ons verbonden met Israël.

 

 muziek: "Kom met Uw genade Heer" van Ronald Koops.